Rein pol - Nieuws & Exposities

Archief Nieuws & Exposities

Een Blauwe Engel krijgt vleugels (Visualia 228) , Nieuwsblad van het Noorden, 27-1-1994, Eric Bos

Rein Pol exposeert vier portretten van een rijdende dieseltrein in een verlaten landschap, waarmee de vier seizoenen worden uitgebeeld. De verschillende bloeistadia van de bereklauw die de schilder in elk dieselportret nadrukkelijk op de voorgrond heeft geplaatst, versterken dat thema. Zoals hiernaast in het nachtelijk Herfsttafereel. En in het Winterportret is de stengel van de bereklauw bijvoorbeeld geknakt.

Dat deze landschappen niet echt naar de natuur geschilderd zijn, zien we aan het type dieseltrein, dat helemaal niet meer voorkomt in dit deel van Nederland. Het is een zogenaamde Blauwe Engel, die in 1948 werd gebouwd en op lijnen als die tussen Groningen en Delfzijl werd ingezet. Zijn bijnaam dankt dit zwaar ronkende en rokende dieseltje aan de blauwe kleur uit zijn kinderjaren en aan de twee vleugels die ter weerszijden van de kop zijn geschilderd. Dat is een verwijzing naar de vleugels van Hermes, de god van handel en nijverheid waarmee de spoorwegen zich vanouds graag geassocieerd zien. Zelfs toen tien jaar later de blauwe kleur werd veranderd in rood en vervolgens begin jaren '80 in geel, bleef dit treinmodel in de volksmond Blauwe Engel heten.

Wie de vier geschilderde rode Blauwe Engelen bekijkt, krijgt echter het gevoel dat het om heel iets anders gaat dan om een nostalgisch treinportret of een gezellig vierseizoenenthema. Rein Pol zou misschien zeggen: "Wie mijn werk kent, weet dat ik nu eenmaal dol ben op (glim)lichtjes, de weerschijn ervan op een wit laken, in glaswerk, op een vioolkist of een vissevel, in de sneeuw, op zilveruitjes." Dus vandaar zo'n verlicht dieseltreintje, met zijn koplampen, boordlampjes en interieurverlichting in het duister (zoals hiernaast op een detail van het Herfstschilderij) of in de sneeuw. Dat van die sneeuw zagen we overigens al in een eerder schilderij van Rein Pol, uit 1982, met de titel De laatste trein. Dezelfde Blauwe Engel rijdt daar in een door de sneeuw verlichte nacht (of is het een donkere dag?), zo duister alsof de Apocalyps voor de deur staat. De vraag komt daarbij op: rijdt die trein naar een veilige haven? Staat hij angstvallig stil en wacht hij de bui af? Doet hij zijn bijnaam eer aan en vervoert hij de passagiers naar een wereld aan gene zijde? Slaat de titel dus op ons aller eindstation, heeft hij dus meer een religieuze dan een literaire betekenis? Of gaat het hier om een nuchtere laatste rit voor die dag of, iets minder nuchter, om een van de laatste ritten van de oude diesel voor hij vervangen werd door de knalgele Wadloper?

Dat van die eindigheid en die trein is niet zomaar een postindustrieel symbolisch gegeven als moderne variant op de veel oudere veerboot over de Styx. Dat de trein een treffende vervanging is, blijkt uit zijn frequente dienstregeling in onze dromen, als levenssybool of met een sexuele betekenis. Eindpunt en hoogtepunt liggen in elkaars verlengde.

Het heeft ook te maken met de manier waarop het spoor het landschap in tweeŽn deelt, en ergens of misschien wel nergens, eindigt... the track of life. We kennen dat bijvoorbeeld van de surrealistische schilderijen van Paul Delvaux. En wie ooit met de laatste trein naar Groningen heeft gereisd, moet wel eens die vreemde ervaring hebben gehad: een stille, slaperige coupť, een landschap in het pikkedonker dat onzichtbaar voorbij glijdt, het dendergeluid van de wagon op de rails dat in volume lijkt af te nemen tot een grommend gegons... Op zulke momenten lijkt de wagon zich van de rails los te maken. Zelfs zo'n lawaaiig, stinkend, zwaar dieseltreintje als de Blauwe Engel lijkt dan te zweven, alsof we met trein en al zomaar hemelwaarts zouden kunnen gaan. Het nachtelijk soezelen overgaand in een eeuwige slaap. Wie zich zo'n ervaring herinnert, ziet op het Winterdoek van Rein Pol tot zijn schrik dat die diesel daarop inderdaad een beetje ontspoord is. De achterwielen bevinden zich in dat mistige landschap, waarin de opwaaiende stuifsneeuw de rails bijna onzichtbaar heeft gemaakt, niet meer tussen de rails. En horen we over de vlakte van het Herfstschilderij niet Novalis in zijn Hymnen aan de nacht? 'Ver weg is de wereld, als verzonken in een diepe groeve.'

Eric Bos


Terug