Rein pol - Nieuws & Exposities

Archief Nieuws & Exposities

Overzichtsexpositie opent figuratief schilder Rein Pol de ogen, Nieuwsblad van het Noorden, 15-5-1997, Herma Hekkema

De expositie van Rein Pol (1994) in expositieruimte De Weem in Westeremden vormt een overzicht van ruim twintig jaar schilderen. De tentoonstelling doet Pol kennen als een eigenzinnig exponent van de noordelijke figuratie.

Ruim zeventig schilderijen, gemaakt tussen 1975 en nu, op één expositie bij elkaar - Rein Pol ervaart het als heel bijzonder. "Wanneer je ze zo samen ziet, ga je verbanden zien. Bepaalde thema's, zo bleek, zitten al heel vroeg in mijn werk." Vooral het schilderij Sony, Apple en tomaten opende Rein Pol de ogen. Het dateert uit de tijd dat Pol nog student was aan de Groninger kunstacademie Minerva en toont een stilleven van een grammofoon met een plaat van The Beatles op de draaitafel, een glazen pot met tomaten en een koffie kopje van wit aardewerk.

"Dat witte kopje staat voor het klassieke stilleven, zoals ik dat nu ook nog wel schilder. Uit die ene, wat beurse tomaat blijkt mijn belangstelling voor het vergankelijke, terwijl de weerspiegelingen in de glazen pot en de stopkap al wijzen op mijn interesse voor reflecties. Het pick-upje laat zien dat ik graag eigentijdse dingen verwerk en dat ik houd van thema's uit de muziek. Zelfs het motief van het zelfportret is al aanwezig, want in de stofkap is ook mijn schilderende hand te zien. Heel frappant. Het schilderij van een pop-up boek met taferelen uit vroegere werken dat ik dit jaar schilderde, is een soort terugblik, de pick-up met die tomaten erop eigelijk een vooruitblik. Dat was voor mij echt een ontdekking."

Rein Pol werkt in de traditie van de ware fijnschilders, maar schakelt ook graag over op een lossere trant, al dan niet met behulp van het paletmes. Als kind tekende hij graag en goed. Kunstschilder worden leek hem wel wat. Maar eerst moest er een fatsoenlijk vak geleerd, zo vond het thuisfront. Pol belandde op de MTS om zich in verftechnieken te bekwamen. Later, na een zelfstudie voor de akte L.O.-tekenen in zijn diensttijd, maakte hij de overstap naar Minerva. In schilderen was hij toen al zeer bekwaam en Pol was dan ook meer thuis in zijn atelier te vinden dan op de academie.

Zijn echte leertijd, meent Pol, kwam toen hij als kunstenaar aan het werk ging en zelf ook les aan Minerva ging geven. "Eigenlijk was ik op de academie een eigenwijs ventje dat al aardig kon schilderen. Nu is schilderen ook maar een techniek. In de figuratieve hoek zie je ijverige amateur-schilders dan ook al snel tot grote hoogten komen. Tenminste, wat de vorm betreft. Ik ben al heel vroeg mooie schilderijen gaan maken en daarin schuit een zeker gevaar. Tegenwoordig is de werkbespreking op de academie uitgegroeid tot een ware cultus. Jammer genoeg was het onderwijs destijds nog niet zo beschouwend. Pos later ben ik met mijn neus op bepaalde feiten gedrukt."

Pol, vandaag de dag alom beschouwd als één van de exponenten van de noordelijke figuratieven, bezocht Minerva in een tijd waarin deze stroming nog aan het begin van haar ontwikkeling stond. Dat maakte hem enigszins tot een buitenbeentje. Ook nu voelt hij zich vaak buiten 'de groep' staan. Met zichtbare liefde schildert Pol zilveruitjes en schelpjes, vissen en venkelknollen, maar ook zichzelf in een bewasemde badkamerspiegel, een brandende viool, een vitrinekast met een kunststof studiemodel, compleet met uitneembare darmen, hals- en kringslagaders.

Bovendien spreekt hij met passie over schilders als Mark Rothko en Willem de Kooning, en ook dat ligt niet geheel in de lijn der verwachtingen. Pol: "Nu het aantal kunstenaars dat figuratief werkt groter en groter wordt, is er ook steeds meer de neiging zich als groep te profileren. En dus verwijst men naar de geschiedenis, naar een band met de 19de eeuw, met de schilderkunst van de Haagse School. Uit mijn mond zul je zoiets niet horen. Ik heb daar niet zoveel mee."

Dat Pol binnen de noordelijke figuratie een heel eigen plaats inneemt, toont ook het schilderij van een blikken trommeltje, koket dobberend in ruim water. Het wateroppervlak is als een abstracte schildersoefening opgevat, terwijl het eenzaam dobberende speelgoed een vervreemdende sfeer oproept. Pol: "Wanneer je zo'n trommel werkelijk in het water gooit, zou het waarschijnlijk op zijn kant gaan tollen. Maar ik hoef niet zo nodig de precieze werkelijkheid te schilderen. Mij gaat het meer om de achterliggende verhalen, om een sfeer of een bepaald idee. Men verwacht in mijn atelier altijd complete stillevens. Niet dus. Ik maak wel wat schetsjes, maar daar houdt het mee op. Vaak is een of ander voorwerp het uitgangspunt. Ik schilder een dwarsfluit en bedenk me dat een gele reflectie wel mooi is. Later verzin ik daar dan een citroen bij, wat dat geel in die fluit moet natuurlijk wel ergens vandaan komen."

Herma Hekkema


Terug