Rein pol - Nieuws & Exposities

Archief Nieuws & Exposities

Fatale vlucht als inspiratiebron, Nieuwsblad van het Noorden, 28-4-2000, Eric Bos

Schilder Rein Pol en het raadsel van vergankelijkheid


Rond het middaguur van 17 november 1964 stortte een straaljager van de Navo in een bos bij het Noorse Straumsnes neer. De Nederlandse piloot was de Groninger Wim Heitmeijer, van wie nauwelijks iets is teruggevonden tussen de wrakstukken op de bergheiling. Wim Heitmeijer was een oom van de bekende Groningse kunstschilder Rein Pol uit Stedum. Morgen vertrekken familieleden van Heitmeijer naar het bos bij Straumsnes om er op 2 mei een gedenkteken te onthullen. Rein Pol reist mee. Want voor hem was oom Wim niet zomaar een oom, hij was de grote held van zijn jeugd.

Door Eric Bos, Nieuwsblad van het Noorden, 28 april 2000

Beeldend kunstenaar Rein Pol (50) trekt een groot doek tevoorschijn. Het is een schilderij van een landschap, zoals Pol die wel vaker schildert, naast secure studies van het licht of van vervreemding in stillevens, treinen, muziekinstrumenten en portretten. Maar dit Friese landschap wijkt totaal af van de andere. Het gaat niet eens om een landschap, het is meer een portret van de hemel. Twee straaljagers gieren er doorheen. Pol wijst op het kenteken dat hij op één van de toestellen schilderde. "Dat is het kenteken van de Starfighter waarin mijn oom verongelukte", legt hij uit.
Die oom, dat ongeluk, kleurde zijn leven. De dood van oom Wim was een van de hevigste ervaringen in het leven van de schilder uit Stedum, die tot de bekendste figuratieve schilders in ons land wordt gerekend. 'Er zijn intussen natuurlijk veel meer mensen in mijn omgeving gestorven', zegt Pol, 'maar de dood van mijn oom Wim was de eerste en de meest onverwachte. Zijn dood heeft een grote invloed uitgeoefend op mijn oeuvre waarin leven en dood, maar vooral de dood, een rode draad vormt. Ik was altijd jaloers op mijn neefjes dat ze zo'n vader hadden. Hij was, omdat hij piloot was, in mijn ogen ook groter dan mijn eigen vader, die later een bekende wijkagent in de stad Groningen was.'
'Er bestond ook een zekere rivaliteit tussen agent Pol en piloot Heitmeijer. De zwagers deden graag een wedstrijdje. Het verhaal gaat dat ze zouden doen wie het eerst beneden was. Mijn vader vloog de trappen af, maar oom Wim schoof een raam open en sprong naar beneden, zodat toen mijn vader op straat arriveerde, mijn oom daar al stond te wachten. Van die verhalen gingen er in onze familie.'
Oom Wim was ook een van de weinigen die een auto had, vertelt Pol, toen in de Hyacinthstraat, waar het gezin Pol woonde, bijna niemand een auto bezat. 'We reden een keer met hem mee, ik zat met mijn neefje van tien voorin, op weg naar Leeuwarden waar oom Wim vlak bij de vliegbasis woonde. Dan draaide hij onderweg een shagje terwijl, tot onze verbijstering, zijn zoontje heel vanzelfsprekend het stuur overnam. En met Oud en Nieuw nam oom Wim van die reddingspijlen mee. Dan zagen de bewoners in de buurt op Oudejaarsnacht van die enorme pijlen in de lucht en dan wist iedereen, dat zal oom Wim wel wezen. James Bond bestond toen nog niet, maar voor ons was oom Wim achteraf bezien een soort James Bond.'
Toen het bericht kwam dat Wim Heitmeijer (39) was verongelukt, was Rein Pol bij de verkenners en net vijftien. 'Dat heeft mij toen erg aangegrepen. En wat op dat moment misschien het ergste was: ik kon dat verhaal aan mijn vrienden niet kwijt. Mijn vader wilde niet dat wij met zo'n drama goede sier zouden gaan maken. 'Doe proatst d'r nait over, mien jong', zei hij die avond en daar moest ik het mee doen. Moet je nagaan: mijn grote held was verongelukt en ik kon het aan niemand vertellen! De dag dat mijn oom met zijn toestel was neergestort, moest ik die avond naar mijn patrouilleleider Hilbrandt Knol voor een bespreking bij hem thuis aan de Kapteinlaan. Hij had een pick-up op z'n slaapkamertje en liet me wat van z'n favoriete muziek horen - ik kende die muziek niet, en had geen radio, laat staan een pick-up thuis. Het was van Jim Reeves, zei hij geëmotioneerd en vertelde dat Reeves onlangs was omgekomen bij een vliegtuigongeluk. 'Mijn oom ook', brandde het op mijn lippen, maar ik zei niks. De rest van mijn leven heeft dat me beziggehouden en al gold het spreekverbod maar een dag, het verhaal vertel ik nu pas."
Oom Wim moet, terwijl hij in z'n Starfighter boven Nederland vloog ('die toestellen moesten worden getest', weet Pol nog), óf bewusteloos zijn geraakt, misschien al zijn overleden.


De dood van de Groninger piloot, officieel majoor vliegenier, kreeg ruim aandacht in het Nieuwsblad van het Noorden. 'Fatale vlucht van Starfighterpiloot is nog in raadselen gehuld' luidde de kop. Een defect aan het zuurstofapparaat van Heitmeijer zou de oorzaak zijn, vermoedde deze krant, waarbij vermeld werd dat de verongelukte vliegenier ('een enthousiaste sportman, met name atletiek en volleybal, wonend aan de Gorechtkade') een vrouw en vier kinderen in de leeftijd van vier tot elf jaar achterliet. Rein Pol: 'Het toestel is toen op de automatische piloot doorgevlogen, in één rechte lijn, tot de brandstof op was en het boven Noorwegen was aangekomen. Vervolgens is het toen loodrecht naar beneden gevallen, in dat bos op de berghelling bij Straumsnes. De wrakstukken zijn nooit opgeruimd. Als je daar komt, vind je van alles. Maar van mijn oom is nauwelijks iets teruggevonden. Het paste in een jampotje, zei mijn tante.' We hoorden de dreun de dag vóór het vliegtuig gevonden werd', citeert journaliste Kirsten Smeby van de Tidens Krav, de plaatselijke Noorse krant, in februari van dit jaar een Noorse oorgetuige uit 1964. We dachten eerst dat het onweer was, want het was slecht weer, een noordwesten sneeuwstorm' vertelt Bjarne Tveeikrem die vlakbij woonde, 'maar toen we op de radio hoorden dat een straalvliegtuig hier in de buurt vermist was, gingen we al dezelfde avond zoeken. Er lag veel sneeuw, het was donker, dus we gingen voorbij de plaats waar het vliegtuig de helling had getroffen. Resten van het vliegtuigwrak lagen verspreid over het steile terrein, twee-, driehonderd meter vanaf de bosweg.' Ook Charlotte, de echtgenote van Bjarne Tveeikrem, herinnert zich de ramp als de dag van gisteren. We zaten aan de warme maaltijd om een uur of twaalf en hoorden een vreselijk lawaai. We dachten dat het de donder was. Maar op het nieuws even later hoorden we dat er een vliegtuig was vermist in de buurt van Kristiansund en omgeving. Toen ging de telefoon continu en 's avonds gingen mensen van de Heimevern en mannen uit de omgeving naar het vliegtuig zoeken.' Charlotte Tveeikrem vertelt dat leerlingen van de school in Straumsnes geld inzamelden voor de kleine kinderen van de piloot.
In het voorjaar van 1965 kwam de weduwe van Wim Heitmeijer naar de plaats waar haar man was verongelukt. Ze bezocht ook de school en nam een miniatuurvliegtuig mee van hetzelfde type als het jachtvliegtuig dat neerstortte.

In 1977 vereeuwigde Rein Pol zijn jeugdheid. Hij was toen pas cum laude afgestudeerd aan de Academie Minerva in Groningen en schilderde het postume portret voor de weduwe van de piloot, zijn tante, een zuster van zijn moeder. 'Ik ben toen nog speciaal naar de vliegbasis geweest om te zien wat voor soort helm hij had gedragen en welke kleding. Ik heb de kleuren wel aangepast in verband met de kleurstelling voor mijn schilderij. Het knaloranje werd bijvoorbeeld bruingrijs.' In het voorjaar van 1998 kreeg Rein Pol contact met de in Noorwegen wonende Nederlander Egbert Pijfers, die eerder één van de bekende trein-schilderijen, de Blauwe Engel, van Pol had gekocht en nu graag zo'n treinschilderij tegen de achtergrond van een Noorse fjord geschilderd wilde hebben. Samen met zijn neef Hilbert Heitmeijer, een zoon van de verongelukte piloot, reisde Pol naar Noorwegen en bezocht toen ook de plek waar de Starfighter was gecrasht, toevalligerwijs in de buurt van de plaats waar Pijfers woont. 'Gedrieën zijn we naar de plek geweest', vertelt Pol. 'waar we allerlei restanten vonden van het verongelukte vliegtuig. Het was ook het initiatief van Pijfers om er een plaquette te plaatsen als een soort In Memoriam. Daarin wordt een zeefdruk verwerkt van het portret dat ik van oom Wim schilderde. Als we morgen naar Noorwegen vertrekken, gaat mijn tante Heitmeijer mee.

Het begrip In Memoriam vormt een rode draad in het oeuvre van Rein Pol, niet alleen letterlijk zoals in de vele portretten van dode dieren - al dan niet op sterk water - en mensen, maar ook in een recent schilderij van resten van het wrak van de neergestorte Starfighter die hij in Straumsnes vond. 'Ik ben een traditioneel kunstenaar', verklaart hij doorgaans zijn voorkeur voor de dood als onderwerp. Door de eeuwen zijn schilders geboeid geweest door het thema leven en dood. Voor hem is het vertellen van het verhaal van zijn grote held niet alleen een belangrijk moment in zijn leven, het maakt ook het verband duidelijk met het belangrijkste thema in zijn oeuvre dat direct of indirect steeds weer geschilderd wordt. Zoals in het schilderij Avondtrein (1995) , een eenzame Blauwe Engel op een verlaten spoor tegen een herfstige avondhemel, of in Tennishal bij avond, (1977) ogenschijnlijk een studie van licht en donker van een van binnen verlichte opblaasbare tennishal, maar in feite een vreemd gloeiend lichaam dat als een teken uit de duistere hemel op aarde lijkt te zijn neergedaald. En niet in de laatste plaats in de vele tekeningen en schilderijen van oude en gestorven mensen, familieleden vaak. Hoe vaak Rein Pol het raadsel vergankelijkheid en dood ook zal vereeuwigen, de dood van zijn oom Wim zal altijd het grootste raadsel blijven.


Zie ook:

Schilderij

Terug